ONDERZOEK VAN ADEKUS-STUDENTE WERPT LICHT OP TOEPASSING PALERMO PROTOCOL IN SURINAME BIJ BESTRIJDING KINDERHANDEL

Op 10 februari 2026 is studente Pooja Gahar afgestudeerd aan de Faculteit der Juridische Wetenschappen (FJW) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS). Zij voerde haar afstudeeronderzoek uit onder begeleiding van mr. dr. Maya Manohar en met mr. Astrid Kalloe als meelezer. Het onderzoek richt zich op de toepassing van het Palermo Protocol in de Surinaamse rechtspraktijk, met bijzondere aandacht voor kinderhandel.

Kinderhandel wordt daarbij beschreven als een vorm van georganiseerde criminaliteit waarbij kinderen worden gerekruteerd, vervoerd en uitgebuit binnen of over nationale grenzen, met ernstige gevolgen voor hun welzijn. Het Palermo Protocol – het Protocol ter voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder van vrouwen en kinderen – vormt het belangrijkste internationale juridische kader in de aanpak van dit probleem. Suriname is partij bij dit protocol en heeft daarmee de verplichting om de bepalingen ervan te implementeren in zowel wetgeving als praktijk.

Het onderzoek is voortgekomen uit een workshop van de TIP-afdeling in samenwerking met de Faculteit der Juridische Wetenschappen, met ondersteuning van het Universitair Kinderrechteninstituut (UK). Vanuit de behoefte om de effectiviteit van de implementatie in de praktijk te evalueren, is onderzocht in hoeverre het protocol daadwerkelijk wordt toegepast binnen de Surinaamse rechtspraktijk.

Uit de bevindingen blijkt dat Suriname het Palermo Protocol op verschillende manieren toepast, onder meer door vervolging en veroordeling van mensenhandelaren, versterkte grenscontroles en verbeterde ondersteuning van slachtoffers. Dit omvat onder andere rechtsbijstand, identiteitsbescherming, vertaalondersteuning en aandacht voor veilige terugkeer van slachtoffers.

Hoewel Suriname in 2025 de TIER 1-status behaalde in de internationale rangschikking inzake mensenhandelbestrijding, benadrukt het onderzoek dat er nog belangrijke uitdagingen bestaan. Zo is er sprake van beperkte gespecialiseerde training bij opsporingsdiensten, een beperkte personeelscapaciteit binnen de TIP-eenheid en onvoldoende controle in moeilijk bereikbare grensgebieden. Daarnaast bereikt preventieve voorlichting kwetsbare gemeenschappen in het binnenland niet altijd effectief.

De studie onderstreept dat deze knelpunten de bestrijding van kinderhandel kunnen belemmeren en dat verdere versterking van de uitvoering noodzakelijk blijft. Aanbevolen wordt onder meer om bewustwordingscampagnes te intensiveren in verschillende talen, lokale gemeenschappen actiever te betrekken en extra te investeren in training en capaciteit van betrokken diensten.

Met dit onderzoek levert de studente een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk en juridisch debat over kinderhandel in Suriname en de praktische werking van internationale verdragen binnen de nationale rechtsorde.

By Comments off maart 26, 2026