REFLECTIES OP TAAL, CULTUUR EN ONDERWIJS: CARAN 2025 IN PARAMARIBO
Van dinsdag 11 tot en met donderdag 13 november 2025 vond de CARAN-bijeenkomst plaats bij het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO). CARAN staat voor de Caribische Associatie voor Neerlandistiek, een docentenplatform van afdelingen Nederlands in het hoger onderwijs uit Suriname, Aruba en Curaçao. De bijeenkomst werd gesponsord door de Nederlandse Taalunie, vertegenwoordigd door Gunther van Neste, die tevens het symposium opende. Sinds 2004 is Suriname geassocieerd lid, en samen met de ministers van Onderwijs van Nederland en Vlaanderen wordt er regelmatig geëvalueerd hoe er geïnvesteerd kan worden in het (Surinaams)-Nederlands. Voor veel Surinamers is het Nederlands de moedertaal of de tweede taal.
In Suriname wordt echter ook gediscussieerd over de positie van het Nederlands als taal van de voormalige kolonisator. Steeds vaker klinkt de roep om het Sranan een belangrijkere plaats te geven. Het Sranan is immers de lingua franca van het land en wordt door vrijwel alle bevolkingsgroepen gebruikt om met elkaar te communiceren. Mocht het Sranan een rol krijgen vergelijkbaar met het Papiamentu(o) op Curaçao en Aruba, dan moeten de voor- en nadelen daarvan zorgvuldig worden afgewogen. De realiteit in Suriname is bovendien complex: er worden in totaal 23 talen gesproken. Dat weerspiegelt de diversiteit van de Surinaamse samenleving, waarin elke bevolkingsgroep een eigen plaats heeft.
Het programma van de conferentie op dinsdag 11 november stond vooral in het teken van taalkunde. Diverse wetenschappers uit de regio, maar ook uit Nederland en België, presenteerden onderzoek over de invloed en interactie tussen het Nederlands en andere talen. De dag werd afgesloten met een Taal- en Cultuurplatform.
Op 12 november stond literatuur centraal: romans, poëzie en de groeiende stroom publicaties over gedeeld cultureel erfgoed en de doorwerking van het slavernijverleden. Bijzonder was de aandacht voor creooltalen in voormalige Deense koloniën; een invalshoek die inspirerende ideeën opleverde voor onderzoek aan de Faculteit der Humaniora. In de avond organiseerde Schrijversgroep ’77 een literaire bijeenkomst, met een doorloop van de Surinaamse literatuurgeschiedenis, voordrachten uit historische teksten en optredens van jonge, veelbelovende dichters.
De presentaties van donderdag 13 november richtten zich voornamelijk op didactiek: hoe brengen we kennis effectief over aan studenten in het hoger onderwijs? Interessant was onder meer de vergelijking met de bovenwindse eilanden, zoals St. Eustatius, waar het Engels inmiddels een dominantere positie inneemt dan het Nederlands. Hoe verhoudt deze taalsituatie zich tot die van Suriname?
In totaal namen 70 personen deel aan de bijeenkomst, voornamelijk neerlandici: 28 buitenlandse gasten en 41 Surinaamse deelnemers. Zij genoten van drie dagen vol kennisdeling, gesprekken en verdieping in taal, literatuur en cultuur. Het was een bijzonder leerrijke ontmoeting.